It's more important to click with people than to click with the shutter
Alfred Eisenstadt, fotograaf
Inhoudsopgave
Ieder hoofdstuk bevat stap-voor-stap oefeningen
INLEIDING
1. FLITSEN IN DE TTL MODUS
- 1.1 Flitsen in TTL
- 1.2 Het scherpstelpunt en de flitsafstand
- 1.3 De minimale en maximale flitsafstand
- 1.4 De flitsafstand veranderen met het diafragma
- 1.5 De flitsafstand veranderen met de ISO waarde
- 1.6 De flitsafstand veranderen met het brandpuntsafstand
- 1.7 Het maximale flitsbereik in groothoek stand
- 1.8 Het effect van gering flitslicht
- 1.9 De diffusorkap
- 1.10 De stuiterkaart
- 1.11 Is het noodzakelijk om de accessoires te gebruiken?
2. INDIRECT FLITSEN
- 2.1 Indirect flitsen
- 2.2 Het punt van de reflectie
- 2.3 De flitsafstand
- 2.4 Het soort reflecterende oppervlak
3. BELICHTINGSCOMPENSATIE
- 3.1 Lichtreflectie vertaalt naar een gemiddelde belichting
- 3.2 De flitsintensiteit aanpassen
- 3.3 Compensatie van de flitssterkte
4. DE MANUELE FLITSMODUS
- 4.1 De flitsintensiteit en de afstand
- 4.2 Het aanpassen van de flitsafstand
- 4.3 Wanneer flitsen in de manuele flitsmodus?
5. FLITSSYNCHRONISATIETIJD
- 5.1 Normale flitssynchronisatietijden
- 5.2 Flitsen met ultra snelle sluitertijd
6. FLITSLICHT EN AANWEZIG LICHT
- 6.1 Flitsfoto's bestaan uit twee lichtbronnen
- 6.2 Invulflitsen
- 6.3 Belichtingscompensatie van het aanwezige licht
- 6.4 High speed flitssynchronisatie
7. FLITSEN MET EEN TRAGE SYNCHRONISATIETIJD
- 7.1 Flitsen met een trage synchronisatietijd
- 7.2 Flitsen op het eerste of tweede gordijn
- 7.3 De camera meetrekken tijdens het flitsen
8. OFF-CAMERA FLITSEN
- 8.1 Off-camera flitsen
- 8.2 Met een flitskabel
- 8.3 Met een transmitter
- 8.4 Met de draadloze flitsbesturing
- 8.5 Op welke wijze?
9. WITBALANS
- 9.1 Witbalans en kleurtemperatuur
- 9.2 De instelling van de witbalans bij gemengd licht
- 9.3 De instelling van de witbalans bij kunstlicht
- 9.4 Oranje en groene kleurfilters
10. PROBLEMEN EN OPLOSSINGEN
- 10.1 Het flitslicht heeft het onderwerp onderbelicht
- 10.2 Het flitslicht heeft het onderwerp overbelicht
- 10.3 De indicator van de flitsafstand is niet zichtbaar op het LCD scherm
- 10.4 Het flitslicht reflecteert in ramen of brillenglazen
- 10.5 Het model heeft rode ogen
- 10.6 Er is geen lichtspoor van bewegingsonscherpte zichtbaar
- 10.7 De autofocus werkt niet
- 10.8 De communicatie tussen camera en flitser is verstoord
- 10.9 Overig